Bevallen in Nederland


In Nederland worden elk jaar om en nabij 200.000 zuigelingen levend geboren. In het schema hiernaast zijn de aantallen van de afgelopen jaren weergegeven (cijfers ontleend aan het CBS).

In het jaarboek van 2003 van de stichting Perinatale Registratie Nederland wordt ingegaan op de statistieken van bevallingen over het jaar 2003. Zij gaan uit van ongeveer 189.000 levend geborenen in Nederland. Bij 4,1% daarvan (meer dan 7.700 gevallen) was er sprake van een postpartum bloeding.

Voor hoeveel van deze vrouwen het bloeden zo massaal is geweest dat er moest worden ingegrepen en voor hoeveel vrouwen de bevalling eindigde in een baarmoederverwijdering is niet bekend. Er wordt in Nederland geen onderzoek naar gedaan en hierover zijn dan ook geen cijfers beschikbaar. Ondanks een verzoek daartoe van Stichting Latona en de toezeggingen door de Stichting PRN zijn de registraties nog niet aangepast en worden dergelijke gegevens momenteel nog steeds niet genoteerd.

De NVOG heeft een commissie maternale sterfte (CMS) die onderzoek doet naar oorzaken en omvang van overlijden van vrouwen tijdens zwangerschap, baring en kraambed. Uit onderzoek van deze commissie blijkt dat er sprake is van 18 sterfgevallen in 2003. Een onderzoek van de commissie over de periode 1999-2002 (Moedersterfte in Nederland, het topje van de ijsberg) geeft aan dat pre-eclampsie de grootste boosdoener is bij moeder-sterfte: in die periode registreerde de commissie 36 gevallen (53%), gevolgd door trombo-embolie en vruchtwaterembolie respectievelijk 8 en 3 gevallen (resp. 12% en 7%) en postpartum bloeding met 2 gevallen (3%).

Bloedverlies is een heel normaal verschijnsel bij elke bevalling. Gedurende de zwangerschap heeft de placenta vastgezeten aan de baarmoederwand en na de geboorte van het kind zal de placenta loslaten en ook geboren worden. Wanneer de placenta loslaat onstaat er eigenlijk een open wond in de baarmoederwand op de plek waar de placenta heeft vastgezeten. Uit deze wond stroomt bloed. Dit bloeden wordt vanzelf gestopt doordat de baarmoeder samentrekt. Door het samentrekken worden de bloedvaten als het ware dichtgeknepen. Het is dus belangrijk dat de baarmoeder goed samentrekt, des te sneller stopt het bloeden.

Omdat tijdens de zwangerschap het bloedvolume is toegenomen (met ongeveer 1000ml), is er enige reserve voor bij de bevalling. Een bloedverlies tot 500ml is vrij normaal en zelfs een bloedverlies van tussen 500ml tot 1000ml wordt normaal gesproken niet als bedreigend ervaren. Pas bij een bloeding van meer dan 1000ml-1500ml in het nageboorte tijdperk of in het kraambed spreekt men van een postpartum bloeding (ppb). Vaak wordt de hoeveelheid bloedverlies onderschat, omdat het bloed meestal verspreid is over kleding, doeken en de vloer. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een vroege ppben eenlate ppb.

Vroege postpartum bloeding

Een vroege ppb treedt binnen 24 uur na de bevalling op. Ongeveer 4% van de kraamvrouwen overkomt dit. Doorgaans is het bloedverlies bij een vroege ppb heftiger dan bij een late ppb. Voor een overzicht van oorzaken van een vroege ppb, zie het kader rechts.

Late postpartum bloeding

Een late ppb treedt pas op in de periode van 24 uur na de bevalling tot zes weken daarna. Vaak heeft de vrouw langdurig aanhoudend bloedverlies dat qua hoeveelheid niet zo heftig is als bij een vroege ppb, maar in de loop van de tijd wel toeneemt. Soms zelfs zo erg dat de vrouw met spoed naar het ziekenhuis moet. Als je lichaam langdurig blootstaat aan (matig) bloedverlies, stelt het zich daarop in en kan er daardoor beter tegen dan wanneer het te maken krijgt met een plotseling hevig bloedverlies, zoals bij een vroege ppb. Toch wordt de omvang van het totale bloedverlies door de lange duur vaak erg onderschat. Een late ppb komt minder vaak voor dan een vroege ppb, namelijk maar bij 1% van de kraamvrouwen.

Massaal bloedverlies

Van massaal bloedverlies spreekt men wanneer iemand (niet noodzakelijkerwijs een kraamvrouw) binnen 24 uur een hoeveelheid bloed verliest dat evenveel is als zijn bloedvolume. Het bloedvolume is afhankelijk van lichaamsbouw, gewicht, lengte en geslacht. Het gemiddelde bloedvolume van een normale volwassene zal liggen tussen de 4 en 5 liter. Massaal bloedverlies is alleen onder ziekenhuisomstandigheden -waar men in de gelegenheid is om bloedtransfusies toe te dienen- te overleven. Niet elke ppb is dus een massaal bloedverlies (en andersom natuurlijk!).