Na een bewogen zwangerschap met ups en downs werd ik op dinsdag 30 april 2002 ’s nachts om 01.00 uur wakker en ging ik naar de wc, even later lag ik weer in bed en toen braken de vliezen. Tien minuten later begonnen de weeën. Tom was meteen klaarwakker. Om de drie tot vier minuten kwamen de buik-, rug- en beenweeën. Wat een ramp. De verloskundige kwam en vertelde mij lekker onder de douche te gaan en het in de slaapkamer wat warmer te maken en rustig blijven. Maar dat lukte mij niet, ik raakte in paniek, want ik kon de weeënstorm niet of nauwelijks opvangen. Ook Tom vond het heel moeilijk om mij zoveel pijn te zien lijden. Rond 8.30 uur kwam de verloskundige weer en constateerde nog maar 2 cm ontsluiting, dat schoot dus niet erg op. Zij besloot daarom om ons naar het ziekenhuis te sturen zodat ik iets zou krijgen om mij wat rustiger te maken. Tom en ik gingen met eigen auto naar het ziekenhuis waar we geweldig werden opgevangen. Ik werd meteen een stuk rustiger en kon met behulp van de verpleegster en Tom de weeën beter opvangen.

De ontsluiting ging beter totdat de 9 cm was bereikt. Ik had weinig lucht over en kreeg een soort lachgas waardoor ik weer meer kracht en energie kreeg. Eindelijk bij 10 cm ontsluiting mocht ik persen. Helaas duurde dit ook oneindig lang. Nadat ook flink op mijn buik werd gedrukt besloot de gynaecoloog de vacuümpomp te gebruiken en mij in te knippen. Na drie persweeën werd Tycho om 16.18 uur geboren en op mijn buik gelegd. Wat waren wij intens gelukkig om onze zoon in onze handen te sluiten. Een prachtig ventje met mooie donkere haartjes, een mooi roze huidje en een gewicht van 4020 gram en een lengte van 50 cm. Hij kreeg een tien!

Toen de placenta niet vanzelf kwam, werd besloten deze operatief te verwijderen. De operatie duurde veel langer dan gepland en Tom vroeg zich al af waar of ik bleef. Hij zat inmiddels alleen met Tycho in de verloskamer op mij te wachten. Ik had 3,5 liter bloed verloren en later bleek dat de placenta verweven zat met de baarmoederwand waardoor verwijderen zeer moeizaam was. Na de operatie had ik vreselijk last van mijn stuitje en ook van de hechting, maar ik kreeg alleen pijnstillers en er werd nergens naar gekeken. Toen ik daarop ook nog eens naweeën kreeg, raakte ik opnieuw over mijn toeren. Pas rond 23.00 uur werd ik rustig en brachten ze mij naar de kraamafdeling en kon Tom redelijk gerust naar huis toe. Ik moest een extra dag in het ziekenhuis blijven omdat ik zoveel bloed had verloren en 5 zakken bloed en 2 zakken bloedplasma kreeg toegediend. De gynaecoloog kwam vertellen dat hij had geprobeerd zoveel mogelijk van de placenta te verwijderen, maar dat het zou kunnen dat er nog iets zou zitten zodat ik al over vier weken terug moest komen. Hij zou dan bekijken of hij bij mij, wel of niet nog iets onder narcose moest weghalen.

In de weken daarna voelde ik mij zeer zwak, vloeide behoorlijk en kreeg vreselijk last van de inwendige hechtingen. De verloskundige adviseerde mij in badjes met biotex te gaan zitten en het goed te masseren. Tom moest dat dan doen, want een ander doet dat toch harder dan jezelf. Tijdens de borstvoeding masseerde Tom de hard geworden hechtingen. De borstvoeding was voor de afleiding, want wat deed het zeer. Het begon al zeerder te doen in plaats van dat het verminderde. De hele nacht niet geslapen en gejankt van de pijn. Tom heeft de huisartsenpost ’s nachts gebeld om te vragen wat te doen. We werden afgescheept met de mededeling paracetamol te slikken en af te wachten tot de volgende ochtend en dan bij de huisarts of verloskundige te informeren. Weer de verloskundige gebeld en die heeft het ziekenhuis gebeld voor een afspraak. Het was inmiddels ruim een week verder en we kunnen terecht bij de gynaecoloog. Het was behoorlijk opgezet en ze heeft het toen zonder verdoving opengesneden, zodat de troep die er eventueel inzat eruit kon. Ik moest drie keer per dag in badjes met biotex en daarna spoelen met warm water. Wat een ellende. Dit vergde zoveel energie van mij dat ik me niet erg voelde opknappen, maar de pijn werd minder. Er kwam naar mijn mening niet veel troep uit en de plek bleef hard, waarop ik besloot het ziekenhuis te bellen of dit wel goed was. Ik kreeg de mededeling dat dit normaal was en dat het wel twee maanden hard kon blijven.

Drie weken later, de eerste dag na de bevalling dat ik alleen met Tycho was, verloor ik weer grote proppen bloed, net als een paar dagen ervoor. Maar deze keer vond ik het wel behoorlijk veel en ik voelde me helemaal niet prettig en durfde geen stap meer te nemen. Ik belde het ziekenhuis op en vroeg naar de gynaecoloog, die mij bij de bevalling had geholpen, maar van de assistent kreeg ik te horen dat hij een druk spreekuur had en dat ik maar contact met de huisarts of de verloskundige moest opnemen.

Wat voelde ik me in de steek gelaten. Ik heb eerst een tijdje zitten janken, voordat ik de moed had om de verloskundige te bellen. Want de huisarts zou me toch verzoeken om de volgende dag op het spreekuur te komen, was mijn gedachte. De verloskundige kwam meteen en constateerde dat het inderdaad niet goed ging. Zij belde dan ook gelijk het ziekenhuis en vroeg naar de dienstdoende gynaecoloog, het was inmiddels 16.30 uur. Ik mocht om 19.00 uur langskomen en moest maar even niets meer eten vanwege een mogelijke curettage. Om 17.00 uur kwam Tom nietsvermoedend uit zijn werk en de verloskundige ging weer weg. Tom ging gauw iets eten en douchen en ik belde mijn moeder en de kraamvisite af om te vertellen dat we even naar het ziekenhuis moesten. Rond 18.00 uur zat ik boven op de wc en ik plaste alleen maar bloed! Het stroomde er werkelijk uit en ik vroeg Tom om een ambulance te bellen, want zo kon ik niet naar het ziekenhuis. Hij belde eerst de verloskundige, want “zomaar” een ambulance bellen dat doe je niet, en zij heeft een ambulance geregeld. Ondertussen had ik nogmaals mijn moeder gebeld en die adviseerde me op bed te gaan liggen en ze kwam er zo snel mogelijk aan om op Tycho te passen.

Toen het ambulancepersoneel gearriveerd was, kreeg ik meteen een infuus ingeprikt. Een tweede ambulance werd opgeroepen om mij van boven naar beneden te dragen. De tweede ambulance vond ik erg lang duren, want het bloedverlies werd al erger. IK had het gevoel dat ik complete placenta’s verloor, grote bloedproppen, vreselijk. Met loeiende sirene ben ik naar het ziekenhuis gebracht. Ik raakte steeds meer in paniek en mijn bloeddruk daalde behoorlijk. Daar aangekomen werd ik ‘opgevangen’ door de eerste hulp. Ik kreeg meteen te horen dat ik me niet zo druk moest maken, want ik was in het ziekenhuis. Even later kwam de gynaecoloog en vertelde mij te proberen te bloeding te stoppen, maar het zou kunnen dat mijn baarmoeder eruit zou moeten. Vrijwel direct daarna werd ik onder narcose gebracht, dus ik kon verder niets met deze mededeling. Ondertussen waren Tom, Tycho en mijn moeder in het ziekenhuis gearriveerd en werden doorverwezen naar de kraamafdeling. Ik gaf namelijk borstvoeding en daarom mocht Tycho bij mij zijn. Na 2,5 uur heeft Tom eens nagevraagd hoe het met mij ging. De verpleegkundigen hebben toen geïnformeerd en vertelden dat ze nog met me bezig waren.

De gynaecoloog heeft, volgens hem, er alles aan gedaan om mijn baarmoeder te behouden, maar helaas. De bloeding wilde maar niet stoppen en het was op een gegeven moment een kwestie van leven of dood. Dus of ik of de baarmoeder. Nadat ik uit de narcose was ontwaakt, durfde ik niet te vragen wat ze met me hadden gedaan. Even later hoorde ik de gynaecoloog vragen of ik het al wist! Toen wist ik dus genoeg. Vreselijk, janken en ongeloof dat mij dit weer moest overkomen! Ik was er nog, maar dat is een schrale troost en we moeten accepteren en aannemen dat ze er alles aan gedaan hebben, maar dat is vreselijk moeilijk. Ik heb zelf niet de keus kunnen maken, die is voor mij gemaakt. Evenals het krijgen van nog meer kinderen is ons afgenomen en dat doet vreselijk veel pijn. Je toekomst is bepaald. Het verlangen om nogmaals zwanger te worden is hierdoor alleen maar groter geworden. En dan de opmerkingen van wees blij, je bent er nog of van je hebt tenminste nog een kindje…………… dat doet zeer. Natuurlijk ben ik blij dat ik nog leef en dat we Tycho hebben, maar dat is niet het enige.

Na de operatie lag ik aan dubbele infusen en drains en lag ook nog aan een apparaat die ieder kwartier mijn bloeddruk bijhield. Die nacht kwamen de verpleegsters ook steeds kijken hoe het met me ging en om bloed en zoutoplossing toe te voegen. Tom bleef ook in het ziekenhuis maar heeft weinig geslapen en ik durfde niet te gaan slapen, bang dat ik wegviel. De volgende ochtend ging Tom naar huis om een en ander te bellen. Een zeer moeilijke klus om familie en vrienden dit te vertellen. Het ging met mij niet erg goed die dag. De verpleegsters waren erg bezorgd en vonden het misschien beter als ik naar de intensive care zou worden overgebracht. De gynaecoloog dacht er anders over en dat liet hij de verpleegsters duidelijk merken. Hij vond het wel meevallen met mij. Ik kreeg namelijk wel erg hoge koorts en waarschijnlijk omdat ik een bloedinfectie had. Dus werd besloten een antibioticakuur toe te dienen. Ik had vreselijk veel dorst maar ik mocht nog niets drinken, alleen mijn lippen wat vochtig maken met een washandje. Ik heb verschillende washandjes uitgeknepen! Gelukkig kwam Tom weer redelijk snel terug want ik had hem zo nodig. Tycho werd ondertussen door de verpleegsters gevoed. Er werd mij afgeraden verder te gaan met borstvoeding. Dat zou mijn herstel niet ten goede doen en ook zou het sowieso na het afkolven weggegooid moeten worden vanwege de narcose en medicijnen. Weer iets wat wordt afgenomen, terwijl dat nu juist zo goed ging. Ook heel dubbel allemaal, goed voor mijn herstel, maar ook dit komt nooit meer terug. Ik besluit toch te stoppen omdat ik zeer zwak ben en het Tycho niet wil aandoen om eerst met flesjes en straks weer op de borst over te gaan. Tycho kan ik amper vastpakken en ik vraag me op een gegeven moment af of hij nog wel weet wie zijn moeder is. Tom is gelukkig alle dagen bij ons in het ziekenhuis. Ik lig op een kamer alleen en het doet mij goed om met mijn gezin bij elkaar te zijn. Het liefst wil ik geen andere mensen zien en/of spreken. Dit is zo moeilijk voor mij. Ik ben blij met Tycho en tegelijkertijd zeer verdrietig met alles. Ik word dan ook nog eens gefeliciteerd, terwijl ik mij zo ongelukkig voel. De verpleegsters schijnen het niet helemaal in de gaten te hebben wat er allemaal is gebeurd. Als ik ’s nachts lig te huilen komen ze naar me toe of ik het nu allemaal pas besef? Nee, natuurlijk niet, ik besef het al vanaf het begin. Maar mag ik dan niet huilen? Dit zal de laatste keer niet zijn hoor, dat ik mij verdrietig, teleurgesteld, alleen en boos voel. Vooral de nachten vind ik verschrikkelijk.

Na een week mag ik naar huis. Ik ben het ziekenhuis spuug zat en wil graag naar huis. Ik bel de thuiszorg met het verzoek om huishoudelijk hulp. Tom staat onderhand ook op instorten en ik kan nog maar net een kopje thee vasthouden. De verzorging van Tycho willen we graag zoveel mogelijk zelf doen. Ik krijg een positief advies voor drie uurtjes in de week! Mijn herstel gaat langzaam en we hebben veel verdriet. Tycho is een geweldig mannetje en lacht gelukkig veel. Alleen ’s avonds is hij niet te troosten en helemaal panisch.

Na ruim een week beginnen mijn klachten weer van onderen. De hechting begint weer zeer te doen en zitten wordt weer moeilijk. De wond is zo goed als dicht, dus ik bel wederom het ziekenhuis. Ik vraag of ik de gynaecoloog kan spreken. Ik krijg van de assistent te horen dat ik moet spoelen met biotexbadjes! Ik word hier kwaad van en zeg dat ik dat al vier weken doe en dat ik ook mijn baarmoeder al ben kwijtgeraakt. Dan wordt het even stil aan de lijn en zegt dat ze zal vragen of de gynaecoloog terug wilt bellen. Even later wordt ik teruggebeld en verzocht even langs te komen. De gynaecoloog bekijkt en voelt de ontsteking. Hij schrijft mij een dubbele antibioticakuur voor en pijnstillers. Een week lang moet ik negen pillen op een dag slikken, maar het helpt. Na een week gaan we weer naar het ziekenhuis voor controle. Het ziet er goed uit, nog wel wat hard, maar het word langzaamaan beter. Ik vind het er helemaal niet meer mooi uit zien. De hele onderkant is ook aangetast. Dit valt me zwaar. Nog een ding en ik stort in.

Sommige namen zijn om redenen van privacy gefingeerd.