Eigenlijk snap ik niet wat ik nu op deze warme slaapkamer doe. Het is vandaag snikheet en dat midden in mei en ik zit achter de computer. Rick is lekker aan het rond keuvelen en op onderzoek uit. Hij is nu ruim 10 maand. En als ik er aan denk hoe oud hij is dan denk ik ook aan zijn geboorte en de dag dus dat mijn baarmoeder is verwijderd. Gaat er eigenlijk wel een dag voorbij dat ik er niet aan denk?

Donderdag 16 juli ga ik weer voor controle naar de verloskundige. Zij “stript” me in de hoop dat het een aanzet kan zijn tot weeën. Ook voelt ze al wel iets ontsluiting. Maar toch stuurt ze me met de boodschap naar huis, dat als het dit weekend niet begint, we voor controle naar het ziekenhuis moeten en dus onder behandeling van de gynaecoloog komen. Heeft zij maandag nog niets vernomen, dan belt ze me, en regelt een afspraak bij de gynaecoloog. Oké, we zien wel. En inderdaad gaat ’s maandags de telefoon: “Morgen, dinsdag 21 juli, om half 2 in het ziekenhuis zijn. Eerst CTG op de kraamafdeling en daarna naar de gynaecoloog.. Dinsdag is het dan zover. Geert heeft gesnipperd en om ongeveer 1 uur vertrekken we.Op de kraamafdeling moeten we eerst even wacht, maar later door een verpleegster opgehaald. Eerst wordt er een CTG gemaakt. Een band om m’n buik en de baby wordt in de gaten gehouden. Ondertussen lezen we wat en houden de piepjes en de hartslag op het papier in de gaten. Als er een lampje brand moeten we bellen. Achter het gordijn, in hetzelfde kamertje zit nog een stel. Dan, na ik weet niet eens hoe lang ik aan dat apparaat moest zitten, kom de verpleegster en zegt dat het klaar is. Met de CTG in onze hand – op de hal vraagt ze nog even hoe het weer is, warm dus – gaan we weer richting afdeling 36. Daar is het wachten tot we aan de beurt zijn bij de gynaecoloog. Als we aan de beurt zijn, schrijft ze onze gegevens op, vraagt hoe het gaat, enzovoort. Ook bekijkt ze de CTG en zegt dat het goed is. Dan naar het tegenoverliggende kamertje, daar wordt ik gewogen, m’n urine nagekeken en moet ik op zo’n gekke stoel met beugels gaan liggen. Oh boy, op tv zie je die dingen ook wel eens in een ziekenhuisdocumentaire, en dat leek me altijd maar niks en nu moet ik er zelf op gaan zitten/liggen. ‘k Vind het inderdaad vreemd, maar goed. De gynaecoloog kijkt hoe aller er uit ziet en gaat mij “strippen”, ‘t Blijkt dat ik al ruim 2 cm ontsluiting heb, de baarmoeder mond is al verstreken en alles voelt al “week”. Ze verwacht dan ook dat’t wel snel zal beginnen. Maar toch voor vrijdag maar een afspraak maken. Tot en met donderdag mag ik thuis bevallen, en anders vrijdags weer terugkomen. Nou dat hopen we dan maar, dat dat ook zal gebeuren! Na het ziekenhuis gaan we nog lekker even de stad in om bij V&D wat te drinken. Met taart! Daarna weer terug naar de auto gewaggeld. Ik hoef in ieder geval niet te denken aan nog een marathon lopen o.i.d. Thuisgekomen belt van alles en iedereen om te horen wat ze heeft gezegd. Ondertussen begint het te plenzen! De buren blijven spontaan in de auto zitten, want de 5 meter naar huis is nu nog te ver om niet verschrikkelijk nat te worden. Wat een weer! Dan is het etenstijd, maar ik krijg nu toch wel last van m’n buik, of wat’t dan ook is. Geert gaat aan het koken en na het eten ga ik toch maar even op bed liggen. Ik dommel warempel ook nog in en als ik wakker wordt is het gezeur of de pijn, wat’t dan ook moge zijn, weg. ’s Avonds drinken we koffie en mamaatje komt nog even op de fiets langs om te kijken hoe het is. De dametjes van m’n zus slapen er, maar opa moet maar even oppassen. Het begint Op de ons gewone tijd gaan we naar bed. Eerst nog lekker even teuten en maar hopen dat ’t dan vanavond of vannacht gaat beginnen, zoals we elke avond al hopen. Na dat we de dag beëindigd hebben, leggen we ons “ter ruste”, maar bij mij wil de slaap niet komen. Maar dat gebeurt de laatste tijd wel vaker. Ik heb dan ook een boek op m’n nachtkastje liggen en besluit maar te gaan lezen. Geert is ondertussen al in dromenland. Maar terwijl ik me verdiep in m’n roman gaat m’n baarmoeder aan het werk, en dan dringt het tot me door. Hé, wacht eens even, wat is dit. Zou het dan nu echt beginnen? Geert laat ik nog lekker even doorronken, en op zijn wekker houd ik de weeën bij. Het lijkt er nu toch wel echt op. Om de 5 a 6 minuten komen ze terug en leven later om de 4 minuten. Rond half 1 besluit ik dan toch Geert maar wakker te maken. Spannend hoor, nu is het dan toch echt menens.

Op diverse manieren probeer ik de weeën weg te puffen. Liggend op bed, staand aan het traphekje en wiegen met m’n achterste. En tussendoor op de stoel zitten, die Geert op de overloop heeft gezet. Dan is het half 2 en we besluiten de verloskundige te bellen. Ze vraagt aan Geert of ik zelf aanspreekbaar ben en ik moet ’t verhaal doen. Ook van vanmiddag hoe het bij de gynaecoloog was. Vanmiddag hebben we trouwens nog wel proberen te bellen, maar ze waren al niet meer bereikbaar. Ze zegt dat ze zal komen en als ze er is, is het toch wel apart. Daar sta je dan met z’n drieën midden in de nacht…. Ze toucheert me en ik blijk al 5 cm ontsluiting te hebben. Dat had ik niet verwacht. Ze spreek me nog even “bemoedigend” toe (ahum) en dan vertrekt ze weer:” het duurt nog wel even hoor, en de weeën worden nog wel erger, en om een uur of acht kom ik terug .” Tsjonge, zo laat pas, maar goed, ’t zal wel. Na een poosje worden de weeën inderdaad erger en ik besluit om het eens onder de douche te proberen. Geert gaat naar beneden om een kuipstoeltje op te halen en daar zit ik dan. Heerlijk die warme stralen op m’n rug. ’t Is net of de weeën minder zijn, of minder snel komen. Ondertussen sleept Geert ook nog met ijsthee. Rond een uur of vier weet ik niet goed meer wat ik voel. Net alsof ik naar de wc moet, maar ik heb ook wel eens gehoord dat persdrang daar op kan lijken. Dus ik durf niet goed. Allemaal zo onbekend en Geert besluit toch de verloskundige maar te bellen. Zij stelt ons gerust en zegt dat ik best even op de wc mag gaan zitten. Dat doen we dan maar, maar dat is ook niets waard, dus maar weer onder de douche. Ik puf de weeën weg met zinnetjes als: jij komt toch lekker niet meer terug en wij krijgen lekker een kindje. De zinnen maak ik langer al naar gelang nodig is. Daarna wil ik toch wel weer op bed Geert helpt mij met afdrogen en als ik op bed lig krijg ik nog een of twee gewone weeën en dan wordt’t anders. Of terwijl: menens. Oef! De verloskundige wordt weer gebeld en wat lijkt ’t dan lang voor dat ze komt. Als ze boven is, constateert ze volledige ontsluiting en zegt dat ik mag doen wat ik wil. Mee persen dus. Ondertussen belt zij de kraamhulp en van alles wordt klaargelegd. Ze begeleidt me bij het persen, heel kalm en rustig. Na een paar keer persen is het hoofdje al te zien. Ze de vraag of ik een spiegel er bij wil, maar dat wil ik niet. Dan moet ik nog een keer persen voor de schoudertjes en dan mag ik Rick zelf uit me pakken. Dat is mooi! Dat had ik nooit verwacht, en even later lig hij op m’n buik. Geert wordt aangespoord om te kijken wat het is, een jongetje! “En hoe gaat hij heten?” O grutjes ja, we hebben ooit ook nog eens namen bedacht. Ik mag het zeggen: Rick. Geert mag de navelstreng doorknippen en de kraamhulp maakt foto’s. 10 voor 6 ’s morgens. Het ergste hebben we gehad denk ik, hoewel het me best mee is gevallen. In een flits zie ik de dag al voor me, met onze ouders aan het bed en broers en zussen en vrienden, allemaal Rick bewonderen en wij die lekker worden vertroeteld……

Maar eerst moet er nog even weer gewerkt worden. De placenta moet nog komen. Rick heb ik nog lekker bij me en de verloskundige zegt dat ik nog een keer moet persen. Ze masseert mijn buik nog even en dan weer persen. Maar dan doet er iets zo vreselijk pijn. Ik knijp Rick geloof ik bijna plat. Ik zie de verloskundige de kraamhulp aankijken en merk dat er iets niet goed is. Zij belt het ziekenhuis en komt weer terug in de slaapkamer. “Ik moet nu iets doen, wat je niet leuk vind, maar toch moet gebeuren, ik moet je baarmoeder weer terugdrukken”. Verder dringt het allemaal niet eens goed tot me door. Rick wordt meegenomen naar zijn kamertje en krijgt kleertjes aan, en wordt helemaal ingewikkeld. Net een mummie. Daarna ligt hij weer naast me op het grote bed. Het wachten is op de ambulance. De verloskundige en Geert praten tegen me.: Bij blijven, aan de praat houden. En ja ik herken het van de vakantie toen ik voor het eerst van m’n leven flauw viel. Zo raar voel ik me nu ook, maar ik besef nog wel dat ik inderdaad ook zelf mijn best moet doen om bij te blijven. Maar dan, als ik merk dat het toch moeilijk word, komen de ambulancebroeders binnen en krijg ik een infuus, met een of ander goedje er in. En ik voel me weer “bijkomen”. De andere broeder gooit de koffer op het bed en ziet Rick niet liggen, die er een mep van meekrijgt. Maar dat gaat gelukkig goed. Dan het volgende probleem. Ik moet naar beneden, maar hoe. Ik lig inmiddels al op de brancard, achterstevoren, met mijn hoofd in de voetenzak, maar aangezien de verloskundige mijn baarmoeder op z’n plaats moet houden, moet zij dus naast de brancard, het smalle trapgat ook door. We zijn half weg als een broeder zegt: het lukt niet. “Wat? het lukt niet?, zegt Geert, “hoe moeten we dan?” “Dan moeten we de brandweer bellen en door het raam” In een flits besef ik denk ik toch nog , dat het wel heel ernstig met me is, en denk, o nee dat niet. “Nog een keer proberen” zegt Geert dan ook. Gelukkig, daar gaan we dan. Met mijn hoofd naar beneden gaan we verder de trap af. Ik lig met mijn hoofd dan ook bijna bij de broeder tussen de benen geloof ik, maar goed, we zijn er. Gelukkig!. Buiten doet de koelte me gewoon goed. Ik wordt in de auto geschoven, de verloskundige erbij naast en Geert zit bij m’n hoofd met Rick. De weg naar het ziekenhuis duurt voor m’n gevoel onbeschrijfelijk lang. Omdat we gisteren diezelfde weg nog hebben afgelegd weet ik het als het ware nog precies. En ondertussen is mijn baarmoeder zich weer aan het samentrekken. Naweeën denk ik, maar wat doen die onbeschrijfelijk zeer! Ik ben ijverig bezig met ze aan het wegpuffen. Als Geert dan ook zegt dat we bij de brug zijn, denk ik, o nee, daar nog maar….

Maar dan zijn we er en er staat al een heel team klaar bij het ziekenhuis. Geert drukt Rick bij een verpleegkundige in de handen, want ook hij gaat bijna van z’n stokje en ik wordt naar een of andere kamer gereden. Een heel team van artsen en wat al niet meer staat klaar. (Achteraf krijgen we te horen dat dat een “geluk” voor ons is geweest. Omdat het toch nog wel even duurde voordat de ambulance kwam, hadden ze in het ziekenhuis te tijd om de betreffende personen op te roepen en ook een extra gynaecoloog.) Eerst probeert de gynaecoloog, bij wie we de dag ervoor ook waren geweest, om de baarmoeder weer op z’n plaats te krijgen, als dat niet lukt probeert een ander gynaecoloog het. Jongens, wat doet dit zeer! Ondertussen krijg ik spuiten, een infuus en wat al niet meer in m’n body. De artsen lukt het niet om de baarmoeder “handmatig” weer op de goede plaats te krijgen en ze vertellen me dan ook dat ze het operatief gaan proberen, onder narcose. Wel vertellen ze me dat als het ook zo niet lukt, m’n baarmoeder zal worden verwijderd. Ik versta inderdaad alles wel en in zeker mate dringt het ook wel tot me door, maar ik heb zo’n pijn dat het me allemaal even niets kan schelen. Onderweg naar de o.k. vraag ik aan een verpleegster die bij het hoofdeinde van m’n bed meeloopt, hoe ik zal worden verdoofd. Op de o.k. zelf tillen ze me over van het ene op het andere bed/tafel. Net als in de ziekenhuisdocumentaires op tv: 1, 2, 3, ja, over… In een flits dringt dit allemaal nog tot me door. Maar dan krijg ik weer zo’n pijn van die weeën of wat het dan ook zijn, dat ik echt blij ben dat ze me “wegmaken”. Binnen een paar tellen ben ik dan ook “vertrokken” Als ze mijn baarmoeder kunnen “redden” dan zal de operatie +/- 20 minuten duren plus de rest en anders zal er nog een hele operatie volgen als ze mijn baarmoeder weghalen…..

Ik kom bij op de uitslaapkamer. Mijn ogen kan ik bijna niet openhouden en ik val weer in slaap. Net of ik, ik weet niet hoeveel, slaapdrek in m’n ogen heb. Nog een keer wordt ik wakker, en vaag begint er wat tot me door te dringen. Let wel, héél vaag. Een zuster komt bij me en kijkt naar het infuus. Ik hoor andere mensen, zie verplegend personeel door de ruimte lopen. Wat is dit toch allemaal? Ook krijg ik nog mee dat er een man uit z’n bed naar de wc wil, wat dus echt niet mag. Of droom ik nu? Als ik vraag hoelang ik hier nog moet liggen, wordt me een tijd gezegd, en dat ik eigenlijk op de Intensive Care had moeten liggen… Geert komt zelfs nog even bij me, met Rick. Wat normaal dus echt niet mag. Achteraf zal ik me er nog maar weinig van herinneren… Ik vraag geloof ik een paar keer of de ouders er al zijn en Geert moet telkens het zelfde antwoorden. Op zaal Tot half 1 lig ik op de uitslaapkamer, daarna wordt ik naar een 3 –persoons zaal gebracht, waar ik alleen lig. Heerlijk rustig. Geert is bij me, en ook Rick staat bij ons. Van +/- 7 uur tot 9 uur zijn ze met mij bezig geweest. In die tijd is Rick gewogen en gemeten. 3665 gram en 51 cm lang. Ik ben nog wel beroerd en af en toe moet ik dan ook overgeven. Onze ouders komen. En bij mij dringt het nog lang allemaal niet door. Ook als er een verpleegster aan het bed staat en met me praat, dan praat ik a.h.w. mee. Ze vertellen dat het heel zeldzaam is, of dat ook zij er nog nooit van hebben gehoord, laat staan meegemaakt. “Wat erg voor jullie”, zeggen ze. “Als het nu na de tweede bijvoorbeeld was gebeurd, was het misschien toch iets beter te aanvaarden” Ik zeg maar ja en dat we blij zijn dat alles met Rick goed is. En dat inderdaad onze toekomstplannen nu zijn veranderd. Ook horen we van een verpleegster dat alleen die wat oudere gynaecoloog het 3 of 4 keer had meegemaakt, waarbij de 1e keer, de moeder al was overleden. Tegen Geert had hij ook gezegd, toen we naar de o.k. reden, dat hij heel blij mocht zijn dat z’n vrouw in het ziekenhuis was, zo van, dat ze daar in ieder geval al was aangekomen. Donderdagmiddag komt er een ander vrouwt bij me op zaal liggen. Ook zij is thuis bevallen, maar bij haar wou de placenta niet loslaten. In het ziekenhuis is deze bij haar operatief weggehaald. Ze mag diezelfde avond al in de douche en een klein jaloers duiveltje “prikt” me even. ’s Middags komen mijn zus en man met de kids, gezellig. We krijgen heel veel cadeaus. Vrijdags komen er vrienden en vriendinnen. Sommige gaan de volgende dag, of aanstaande nacht al op vakantie. Iets wat op het moment allemaal langs mij heen gaat. Ook de andere broers en zussen komen, zelfs Geert z’n zus die al op vakantie was. Nu dit allemaal was gebeurd zijn ze van hun adres uit Noord-Holland teruggekomen. Ze blijven een nacht thuis, en kunnen meteen thuis even een wasje draaien. Als vrijdagsmiddags alle visite weer naar huis is, komt er een verpleegster bij ons, die zegt dat er een 1-persoons kamer vrij is. Of we daar heen willen? Ja, dat vind ik inderdaad wel fijn. Want eigenlijk zijn net de eerste tranen losgekomen, en houd ik me in voor de andere patiënte op de zaal. Als ik dan ook eenmaal alleen lig, begint het besef te komen, dat ik inderdaad mijn baarmoeder kwijt ben. En de komende dagen huilen we samen heel wat af. Geert is elke dag bij me, hij komt ’s morgens al en tussen de middag gaat hij even naar huis om bij de ouders te eten, thuis mensen te woord te staan, post op te halen en wat al niet meer. Er is heel veel meeleven, wat ons goed doet. Ook zijn de geboorte kaartjes inmiddels verstuurd. De tekst hebben we eerst nog aangepast. We hadden een mooi gedichtje er op laten drukken, waarin dan stond dat we God voor Rick dankten en dan de tekst: blij en dankbaar zijn we met de geboorte van onze zoon. Maar nu na alles wat er gebeurd is, besluiten we om er op te zetten: De Heere die leven gaf, en leven spaarde…. verblijdde ons met de geboorte van een zoon. Zaterdags mag ik voor het eerst weer iets anders drinken dan alleen maar thee of water: Boullion. Lekker. En dan gaat het met eten elke dag beter. Ook het infuus is er uit, maar mijn HB wordt nog een keer geprikt, maar die is nog te laag en er wordt besloten dat ik nog eerst weer bloed krijg toegediend. Dit krijg ik ’s avonds pas. Twee zakken. Zondags vraag ik aan een zuster of er al zicht op is, wanneer ik naar huis mag. Nou, als alles goed blijft gaan, dan misschien dinsdag wel. Oei, dat zou fijn zijn. Ze zegt ook van: probeer maar eens een stukje op de gang te wandelen of ga vanmiddag met je man inde rolstoel een stukje rijden. ’t Is zulk lekker weer. Maar zolang er geen dokter langs komt, die dit bevestigd, is er nog niets zeker en de twijfel slaat bij mij weer toe. Ik zou zo graag naar huis willen, maar het zal vast wel niet mogen, denk ik dan. ’s Middags genieten we inderdaad even van het mooie weer en Geert rijdt mij een stukje rond buiten in de rolstoel. Als Geert ’s avonds naar huis gaat, heb ik het er heel moeilijk mee, na de tijd komt een zuster me nog troosten. Toch wel fijn. Ik krijg een slaaptabletje. En slaap die nacht goed. ’s Maandagsmorgens komt Geert weer. Als hij naar huis wil komt net de verpleegster vragen of ik Rick in bad wil doen. Geert blijft dan nog even en gaat mee kijken. Ook gisterenmorgen ben ik al mee geweest en heb erbij gestaan. Elke keer gaat dit beter: donderdagmorgen vanuit m’n bed nog toegekeken, vrijdags er al bij gezeten en zaterdags ook. Zondags al iets meer geholpen en vanmorgen doe ik het dan zelf. Oei, wat klein allemaal. En dan die kleertjes uit en aan doen. Maar ik geniet ervan en krijg tips hoe ik het het beste kan doen. Na het middageten komt er een heel “leger” aan m’n bed, met de gynaecoloog en verpleegsters. Er wordt mij gevraagd hoe het gaat enzo en dan wordt me verteld dat ik inderdaad morgen naar huis mag. Oh, wat fijn. Ik kikker er helemaal van op. Fantastisch nieuws om te vertellen als Geert straks komt. Opeens moet er dan ook nog van alles geregeld worden. Op medische indicatie krijgen we ook nog kraamhulp. Twee gewone dagen en twee extra. Er wordt voor ons alvast een afspraak gemaakt bij de gynaecoloog. ’s Avonds komt nog een verpleegster om het ziekenhuisverblijf door te nemen. Hoe we alles ervaren hebben, of we genoeg aandacht kregen en allemaal van zulke dingen. Maar als Geert ’s avonds weer naar huis gaat, heb ik het toch nog wel weer moeilijk en denk: waarom kan ik nu niet alvast mee? Ik vraag weer om een slaaptabletje en slaap die nacht weer goed. Dinsdagmorgen geef ik eerst Rick weer de fles en ga me dan zelf heerlijk douchen. Ondertussen doet een verpleegster Rick in bad. Rond half 10 mag Geert mij ophalen. Maar eerst komt er nog een vrouwtje van de zwangerschapsgym even langs. Zij is een dag na mij bevallen van een dochter, via de keizersnee. Toen we een keer tegelijk onze hummeltjes in bad deden, zei ze al van ik kom nog een keer langs. En vanmorgen doet ze dat dan ook. “Ik kan niet zo lang blijven, want m’n man komt me zo ophalen, ik mag naar huis”, is het eerste wat ze zegt. Wat ben ik blij dat ik haar hetzelfde mee kan delen. We kletsen even en als ik haar even later weg zie lopen, denk ik, dat ik nog beter loop dan haar….

Als we thuiskomen opent de kraamhulp de deur al. Onze moeders en mijn vader zijn er al en ook schoonpapaatje komt met de bus van z’n werk even langs. Fijn, zo samen weer. Stapels post hebben we weer gekregen. Ook op het ziekenhuis hebben we vanmorgen nog een hele stapel meegekregen. Als ik de koffie op heb, ga ik naar boven, op bed liggen. Wat moe, wat moe. Maar het is heerlijk om weer thuis te zijn. We worden verwend door de kraamhulp en genieten van het bezoek. En natuurlijk van Rick, die nu in zijn eigen ledikantje ligt. Wat een prachtig gezicht, zo’n klein “koppie” onder het hemeltje.

Zaterdags komt de verloskundige kijken hoe het er mee is. De verloskundige praktijk bestaat uit 3 personen en woensdag en donderdag was er al iemand anders geweest. Kijken hoe het er mee is en hij heeft de hechtingen er uitgehaald. Ik was met de bevalling iets ingescheurd. Ook heeft hij de hechtingen uit mijn buikwond gehaald. Ook is deze verloskundige eerst geweest, omdat degene die bij de bevalling was, zich er toch niet zo prettig onder voelde, en eerst wilde weten hoe wij er over dachten. Misschien hadden wij wel gedachten van schuld richting haar, dat zij niet goed had opgelet ofzo. Maar dit is echt niet het geval. Hier kon niemand wat aan doen. We vragen haar hoe het nu allemaal precies is gegaan. Want zij is eigenlijk de enige die het precies kan vertellen en er a.h.w. met de neus boven op heeft gestaan. Ze vertelt:” Na 1 keer meepersen was de placenta zichtbaar in jouw vagina en toen heb ik je baarmoeder gemasseerd, gewreven op je buik. Toen moest jij weer persen en ik heb geholpen door aan de navelstreng de trekken. Toen is dus de placenta gekomen. Ik wou hem pakken, maar opeens kwam er iets groots bij. In 1e instantie dacht ik aan een tweede placenta, een overblijfsel van een eventuele tweelingzwangerschap in het begin, maar daar was het veel te groot voor. Toen duurde het bij mij ook een paar tellen voordat ik doorhad dat het de baarmoeder was en de rest weet je, wat er toen allemaal is gebeurd.” Mijn buik moet inderdaad helemaal weg zijn geweest, gewoon hol. Geert zei dat je er wel een voetbal in kon leggen. Verder zegt ze nog dat we te allen tijde bij hun aan de bel mogen trekken, met vragen of wat dan ook.

Anderhalve week na mijn ontslag uit het ziekenhuis gaan we voor het eerst op controle. Alleen maar praten. Maar toch doet dat goed. En alles wordt ons uitgelegd. Hoe het er nu bij mij binnen uitziet. Waar de baarmoeder zat, hoe het nu is enzovoorts enzovoorts. Ook onze huisarts heeft ons hier uitleg in gegeven. Mijn eierstokken heb ik nog, dus mijn cyclus gaat gewoon door. Alleen treedt er nu geen bloeding meer op en wordt dus nooit meer ongesteld. Wel kom ik later “gewoon” nog in de overgang. Al zal ik bijvoorbeeld, zoals ander vrouwen wel kunnen krijgen, geen ernstige bloedingen van krijgen bijvoorbeeld. En als ik erg veel last van opvliegers krijg bijvoorbeeld, kunnen ze mij eerder hormonen er tegen geven, dan vrouwen die wel een baarmoeder nog hebben. Dan kan het namelijk baarmoederhalskanker veroorzaken. Met een hoop informatie en een prettig gevoel dat we even hebben kunnen praten gaan we weer richting huis.

Donderdag 10 september gaan we weer voor controle naar de gynaecoloog. Eigenlijk zie ik er best wel een beetje tegen op. Vandaag zal ze namelijk gaan kijken hoe alles van binnen is genezen. En ik vind dat zo’n akelig idee dat er weer iets bij me naar binnen moet. Na alles wat er gebeurd is, heb ik echt zoiets van: “alsjeblieft geen polonaise aan mijn lijf”. Als we in de wachtkamer zitten te wachten, loopt zij al een keer langs en zegt ons al gedag. Oei, zeggen we uit gein, dat is geen goed teken, dat dokters je zo al kennen. Maar goed…. Als we even later aan de beurt zijn vraagt ze hoe het gaat. Ze informeert echt naar alles. Heel fijn. Ook hoe het met Geert gaat. Vaak gaan mensen daar toch aan voorbij, hebben we gemerkt. Er wordt naar mij gevraagd, hoe het met me gaat, en dat sluiten ze af met: Nou ja, jullie hebben dan toch maar een gezonde zoon. Maar Geert heeft het net zo goed moeilijk met alles, en heeft net zo goed van alles te verwerken. Maar dan breekt toch het moment aan dat ze zegt, nu gaan we even naar het andere kamertje, en kijken we hoe alles is genezen. Met een eendebektang (of hoe zo’n ding dan ook precies heet) gaat ze kijken. Het doet toch nog wel even pijn, maar misschien ook omdat ik dus toch gespannen ben. Gelukkig is alles goed en mooi genezen. Fijn. Ze zegt dan ook, dat als ik geen klachten krijg, ze dit niet weer hoeft te doen. Da’s mooi. Ze vraagt ook of we al weer gevreeën hebben. Nee dus, we hebben beiden zoiets van: laat de dokter maar eens eerst kijken, hoe het allemaal is genezen, en dan zien wij wel weer. Dat was goed, maar het had dus best al wel weer gemogen. Maakt niet uit, wij voelen ons hier goed bij.

Bovenstaand verhaal heb ik ruim 10 maanden na de bevalling op papier gezet. Inmiddels is Rick al bijna 5 jaar. Het herstellen van de bevalling en operatie heeft heel wat tijd gekost. De gynaecoloog had ons hier wel voor ‘gewaarschuwd’, maar toch… Ruim een jaar was ik hier wel zoet mee. Vooral als ik me een beetje te druk had gemaakt, moest ik het weer opzuren. Pijn in m’n buik! Foei. En heel af en toe heb ik het nog wel eens! De gynaecoloog heeft ons uitgelegd dat dit de banden zijn waar normaal de baarmoeder aan vast zit. Deze hebben ze gebruikt om de schede mee dicht te maken. Die geven dan een zeurend, trekkend gevoel. Na een half jaar ben ik weer aan het werk gegaan. 1 dag in de week. En inmiddels werk ik 1,5 à 2 dagen. ‘k Heb gelukkig ‘flexibele’ werkgevers. En nu Rick naar school gaat werk ik ook onder schooltijd. Wel wordt je telkens geconfronteerd met het feit dat Rick enig kind is. Zussen en vriendinnen die weer in verwachting zijn. Dan denk je: dat hadden wij moeten zijn. Of als je een dagje weg gaat, naar een speeltuin bijvoorbeeld, dan denk je weer: een broertje of zusje om mee te spelen zou zo leuk zijn, etc. Ook vraagt Rick er nu zelf soms naar. Pas zei hij: waarom ben ik maar alleen, bij Tjeerd (een buurjongetje) zijn ze met veel meer (7 kinderen). En leg dat dan maar eens uit. Dus al met al valt het inderdaad altijd niet mee. Maar we zijn vreselijk blij met Rick en genieten heel erg van hem. Bovenal mogen we weten en geloven dat dit onze weg is.

Om redenen van privacy zijn de namen gefingeerd.